Grote Kerk Wageningen

De toren van Wageningen met haar romaanse basis werd door de eeuwen heen voorzien van enkele luidklokken, waarvan in 1940 nog drie klokken over waren. Dit waren een grote klok van een anonieme klokkengieter uit 1461, een middenklok van Peter van Trier en Willem Evers uit 1627 en een kleinere van Cyprianus Crans uit 1743. Van de opschriften en de afmetingen is nauwelijks iets bekend.
In mei 1940 werd de toren van de kerk met een deel van de kerk en omliggende gebouwen vanaf de Grebbeberg in puin geschoten. Hierop volgde een brand die de kerk, toren en klokken verwoestte. In augustus 1941 begon men met de wederopbouw van de kerk en de toren. Tijdens hun terugtocht n april 1945 bliezen de Duitse bezetters deze nieuwe kerktoren op.
Op 1 augustus 1947 werd door gemeente Utrecht de Michielsklok aan de Grote Kerk geschonken. Dit uit dankbaarheid voor het feit dat de stad Utrecht voor oorlogsgeweld gespaard is gebleven. De klok was afkomstig uit de Buurkerk in Utrecht. De klok werd eerst in een houten klokkenstoel opgehangen, omdat er nog geen toren gebouwd mocht worden vanwege een gebrek aan bouwmaterialen. In 1953-1954 werd de toren weer hersteld, waarna de gemeente de andere twee luidklokken liet gieten.

Beiaard
In 1962-1963 werd de toren voorzien van een beiaard door Eijsbouts, waarbij de drie luidklokken, waaronder de zestiende-eeuwse Michielklok, werden gestemd en als basklokken dienden. Hierdoor is een deel van de historiciteit van deze oude klok verloren gegaan. In 1990 werd het instrument nog eens uitgebreid, waardoor de beiaard nu een omvang heeft van 50 klokken in de toonreeks d1 en e1 chromatisch tot en met e5. Het instrument bevindt zich in de opengewerkte spits.

Opschriften en versieringen
Klok 1 in de tekstband: + SINTE MICHIEL IS MYN NAEM MYN GHELUWT IS VOER GOD BE QVAEM DEN LEVENDEN ROEP ICK DEN DODEN OVER OVERLW IC DONDER VER STOER IC IOANNES TOLHWS FACEBAT 1542
Op de flank staat een afbeelding van Sint Michiel en de ingegraveerde tekst: WELHAAST VOND IK DEN DOOD IN ‘T HOL VAN D’ERGSTEN DRAAK, / DIE OOIT NOG UIT DE HEL TER WERELD WERD GEBOREN. / DOCH, LEVEND WEERGEKEERD, GERED DOOR HEMEL’S WRAAK, / ROEP IK VOORTAAN GOD’S LOF UIT WAGENINGEN’S TOREN. Op de rechterkant staat ingegraveerd: ME ( E A ) CORR. / 1953

Klok 2 in de tekstband: HERGOTEN DOOR JACOBUS VAN BERGEN TE MIDWOLDA
B. EIJSBOUTS C.V. STEMDE MIJ. En op de achterkant: 1953
Op de flank staat: MEI 1940. / AL WERD IK DOOR ‘T GEWELD / DES OORLOGS NEERGEVELD, / TOCH ROEPT MIJN STEM NU WEER / TOT GODES LOF EN EER.

Klok 3 in de tekstband: HERGOTEN DOOR JACOBUS VAN BERGEN TE MIDWOLDA
B. EIJSBOUTS C.V. STEMDE MIJ. En op de achterkant: 1953
Op de flank staat: MEI 1940. / VERWOEST IN BANGE OORLOGSDAGEN / MAG IK O MENS U THANS WEER VRAGEN / KEER U IN ’T HACHLIJK LEVENSLOT / IN VAST VERTROUWEN TOT UW GOD.

Klankanalyse op 3 augustus 2024: elektronisch op a1 = 440 Hz, afwijkingen in cents.